www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

Het Dagboek, 3A



Naar beneden

De situatie kon ik - in tegenstelling tot RAW - vrij snel analyseren en concludeerde dat de overdracht perfect was verlopen. Nee, eerlijk, de coördinatensystemen gaven een kosmos-positie aan en dus kon het niet anders zijn, haha. Het hele blok ijs waarin ons voertuig zat, was omgeruild met een even groot blok ijs zonder voertuig en inderdaad....onmiddellijk. Het betekende dat wij met een snelheid groter dan de lichtsnelheid naar de planeet Teegarden B waren getransporteerd, een kunststukje met dank aan de kwantumfysica. 

"RAW...mijn systemen melden kosmos-coördinaten. Ik analyseer dat wij ons ergens in een ijs-ring rondom Teegarden B bevinden". RAW snauwde mij af. "Ja, ja wijsblik, dat begrijpen mijn systemen ook wel. Laat mij maar uitzoeken wat er nu moet gebeuren". Ik reageerde niet. Mijn breinen hadden al lang een analyse gemaakt van de bevrijdings-procedures, maar dat hield ik maar voor me. Als hij de slimmerik wilde uithangen, prima. Intussen bekeek ik het uitzicht recht voor ons. IJs, ijs en nog eens ijs, maar wel doorzichtig. Ik volgde met mijn sensoren de bewegingen buiten en berekende dat onze ring één van de vele ringen betrof. Zoals verwacht de buitenste van het geheel en ik telde er binnen korte tijd al meer dan 3. Plotseling werd het donkerder en een schaduw overviel ons voertuig. Het duurde slechts een tweetal minuten en toen werd het weer lichter. Mijn systemen berekenden een opmerkelijke conclusie, namelijk dat een ring voorbij was gekomen en wel...vanuit een andere hoek. Dit impliceerde onmiskenbaar dat er ook ringen aanwezig waren rondom de planeet die niet evenwijdig met onze ring ronddraaiden. En ook....met een gigantisch hoge snelheid. Ik keek naar RAW, maar die had weinig door of deed net alsof. Mijn besluit om wederom de wijsblik uit te hangen, viel uiteraard bij hem verkeerd, maar ik wilde hem tot het uiterste prikkelen.

"Natuurlijk heb ik dat ook geconcludeerd. Bereken je dat mijn systemen slechts 300 TT byte zijn of zo?", was zijn bitse reactie op mijn informatie. Intern deed het mijn olietemperatuur even omhoogschieten. Ik vond het prima zo, een snel geïrriteerde robot, onstabiel dus. Maar het kon nog erger misschien en ik wilde mezelf niet tekort doen.

"Heb je al uitgezocht hoe we dit voertuig bevrijden uit het ijs?", vroeg ik en hoopte op een kleine escalatie. Die kwam er ook. 

"Zeg Minox, Je berekent toch zeker wel dat ik alleen hier ben om zekerheid te hebben op een goede afloop van de missie. Hemeltjesblik, blijf rustig zitten, verroer je niet en dan zorg ik voor de rest, oke....wil je?"

"Eh, prima", antwoordde ik met de zekerheid dat het zo meteen mis zou gaan. Ik neuriede een robot-liedje en ging uitgebreid achterover hangen in mijn stoel. Een beetje gapen, licht-sensoren dicht en al mijn aandacht verschoof ik naar mijn geluids-sensoren. Na één minuut begon het zuchten, daarna het steunen, dan wat robot-vloeken en tenslotte gooide RAW een los-zwevende olie-tube naar achteren waar het tegen een scherm aan plofte. Het zorgde voor een lek en korte tijd daarna zweefden diverse bolletjes olie, echte oliebollen, rond. De eerste de beste bol trof iets bij RAW en dat zorgde voor meer robotvloeken. Voorzichtig opende ik één lichtsensor en zag dat de arme RAW olie uit zijn licht-sensoren wilde wrijven, wat uiteraard niet lukte. Hierna werd het een tijdje stil.

"Kan je me helpen, Minox. Eh...dat is eh...toch efficiënter".  

"Natuurlijk RAW. Samen uit - Samen thuis", grapte ik. 

Geen reactie hierop, maar dat de olietemperatuur bij hem tot een kookpunt opgelopen was, werd wel duidelijk, toen een klein kringeltje witte rook uit zijn spreek-gedeelte ontsnapte. Ik deed net alsof ik het niet zag. 

De bevrijdings-procedure ging zoals berekend met zijn tweeën redelijk eenvoudig. RAW bediende de branders van de linker- en onderkant en ik die van de rechter- en bovenzijde en al snel kraakte het rondom ons heen. 

Wie ooit heeft geprobeerd een blok IJs te smelten, weet dat dit langer duurt dan verwacht. Zo ook bij ons. Na het kraken begon het smelten, maar slechts daar waar de branders goed bij konden komen. De rest moest vanwege afgeleide hitte smelten. Na enkele uren zagen we plotseling de eerste kleine stroompjes water glibberen over het zicht-scherm en die werden met de minuut breder. Ook het kraken van het IJs vermeerderde en werd heftiger qua geluid. Soms schudde ons voertuig en dat kon alleen zo zijn doordat er blokken IJs helemaal losraakten en wegzweefden. Ik bekeek de situatie op het zicht-scherm met aandacht en verwonderde me over de weg die de kronkel-stroompjes namen. Ook het IJs zelf zag er indrukwekkend uit, omdat het licht van de rode dwerg middels vele breukvlakken werd gemanipuleerd tot diverse rood- en paarstinten. Na een tijdje werd het scherm droog en geheel doorzichtig. Nu konden we ook de stromende hitte zien die vanuit de zijkanten de voorzijde bereikte om een uitweg te vinden. Daar waar de warmte direct tot het IJs doordrong, smolt het met een grote snelheid en liet slechts borrelende stoompluimen over, die ook hun uitweg zochten en voor spuitende fonteinen zorgden. Het vervaardigde allemaal een wirwar aan slanke gleuven, diepe scheuren en brokkelige gaten. Daar waar het nog niet zo warm werd, vloeide het IJs uit in warm water en dat zorgde voor veel damp, wat ons zicht soms belemmerde. Uiteindelijk raakte het schip los met een flinke klap en moesten we snel bijsturen om het in evenwicht te houden. Nog later hing het vrij in de IJs-ring en dat was meteen het einde van de bevrijdingsprocedure. Op weg naar de volgende procedure. 

Ik stelde voor om snel te vertrekken, want de koude was hier zo fors dat nieuwe invriezing een optie werd en dat kon gevolgen hebben voor al onze besturingselementen. RAW was het ermee eens en begon direct met het overnemen van de besturing. 

"Weer alleen doen?", vroeg ik met een zacht stemmetje. Een stemgeluid wat ik heimelijk gedupliceerd had van een jong tienermeisje in de olie-bar op de hoek van de zevende straat. RAW maakte een wegwerkgebaar naar me en ik besliste om niet verder aan te dringen. Toch riep mijn alert-systeem mijn analyse-brein ter verantwoording en berekende me een risiconiveau 7 voor, vanwege de mogelijke aanwezigheid van meerdere ringen, die niet duidelijk waren te traceren. Zodoende....zonder het verder te vragen, ging ik alsnog zitten in mijn stoel en sloot de 2e piloot-besturing-instrumenten aan. RAW keek er even naar, maar was zo goed berekend, dat hij niet protesteerde. 

"We gaan, Minox. Ik zal eerst het voertuig liften tot boven de ring en daarna hoop ik dat je snel het gat kan zien. Zo niet, dan zullen we een verkenningsvlucht moeten uitvoeren. Duidelijk?" RAW liet geen ruimte voor overleg en ik trok mijn schouders op - een teken van "geen commentaar". Ik hoorde de energiebronnen achter ons toenemen. Het brommende geluid vermeerderde totdat het een geluidsniveau aannam wat geen enkele mens zou kunnen verdragen. Natuurlijk...het schip zat nog grotendeels midden in het IJs en ik verwachtte dat achter ons een waar gevecht tussen IJs en vuur gaande was. Even berekende mijn analyse-systeem een mogelijkheid dat de ring zou kunnen barsten, maar dat werd bij de eerste de beste na-berekening als onzin verklaard, want de ring had minimaal een dikte van honderden meters. Ik voelde een lichte neergaande druk, teken van versnelling en verplaatsing en voor ons daalde het IJs af. Het was net als in een lift waar het ook lijkt dat de wereld naast je beweegt. Niets was minder waar. Langzaam maar gestaag klom het voertuig uit het IJs en het aanblik van de bovenste rand, was fascinerend. Een IJsbaan van gigantische afmetingen, spiegelglad en onmiskenbaar net zo koud als de manen van Saturnus. Toch spatte er water op en dat berekende ik toe aan de kracht van de rode dwerg. Hier in de ruimte was een bijzonder evenwicht ontstaan tussen de kou van de zwarte kosmos en de warmte van een rode ster. 

Het gebrom verdween toen het voertuig helemaal boven de ring was uitgekomen. Voor het eerst hadden we een uitzicht over al de ringen en we telden er vijf bij elkaar. Plotseling kwam een ring vanuit het de linkerzijde naar ons toe en deze draaide naar rechts onder de 5 ringen door. Daarna verscheen er weer één en nu uit een andere hoek. Ons alert-systeem berekende onmiddellijk veel gevaar, temeer de laatste ring niet linksom maar rechtsom draaide, wat betekende dat een afdaling naar de planeet een hels karwei zou worden. 

"Misschien maar goed, dat ik 2e piloot ben RAW of wil je dit nog steeds alleen fixen?" RAW snorde een beetje uit zijn spraaksysteem, maar een fatsoenlijk woord kon ik er niet van maken. Mijn olietemperatuur sprong omhoog. We waren los, maar nog lang niet geland en het was maar de vraag of dat ons zou lukken. 

RAW maakte een bocht naar links op zoek naar het gat in de ringen en ik scande met sonar de omgeving af, waarbij mijn systemen vergaten dat een gat niet op een spiegelgladde ondergrond te vinden was. Na een tijdje doelloos en zonder resultaat vliegen, besloot RAW om te draaien om de andere zijde te bezoeken. Die ommezwaai had vrijwel meteen succes. "Daar een gat", riep RAW hard en wees naar voren. Ik wist niet wat ik ervan moest rekenen....Het gat was natuurlijk ons eigen gat waar het schip vast in had gezeten en ik vroeg mijn analyse-brein om een advies; Hoe dit aan RAW uit te leggen. Geen reactie. (uiteraard).

"Ow...eh, we moeten verder Minox, dit hebben we niet goed ingeschat", zei hij achteloos zonder een spoor van onzekerheid in zijn stem. 

"Nou eh...RAW. We? Je bedoelt JIJ". Ik keek hem aan en knipperde drie keer. Het werd hem hopelijk duidelijk dat hij niet met een baby-katje van doen had. Het voertuig gleed rustig verder richting een horizon zonder afwijking. Geen bobbel, geen kuiltje, nee, één witte streep afgezet tegen een scharlaken rode achtergrond en daarachter een immense diepe zwart van de kosmos. De berekeningen vielen bijna in het water tot er plotseling een verschil van kleur in het oppervlak naar voren kwam. Daar was het gat!  

Mijn uitroep klopte, want recht voor ons verscheen een afwijking van het gladde oppervlak en naar mate we naderden konden we zien dat daar een route richting de planeet moest zijn. Toch was het nog spannend, want het kon natuurlijk ook zo zijn, dat het slechts een kuil in de ring betrof. Even later bengelden we vlak boven het gat en keken naar beneden. Ver onder ons verscheen inderdaad een deel van de planeet. Ik analyseerde een stuk zee althans een vloeibaar iets, want grote delen leken te bewegen. Of dit golven waren moest nog blijken, maar als het golven zouden zijn, dan hadden we wel een probleem. De golven berekende ik met een hoogte van 1 tot 20 meter en dat kon alleen betekenen dat het daar zou stormen. Toch kon ik geen wolken of andere gasbewegingen traceren, iets wat vreemd overkwam. RAW had er geen mening over. "We zien wel", was zijn weinig daadkrachtige antwoord. Het was vanaf dat moment dat ik besloot om alleen op mijn eigen systemen te vertrouwen. 

Wie de Aarde vanaf grote hoogte heeft gezien - en ik ga er vanuit dat de ontwikkeling van de mens niet stopt - weet dat blauw, wit en bruintinten overheersen, al is Zuid-Amerika nog steeds erg groen. Het aanblik van dit gedeelte van Teegarden B had daar echter weinig mee te maken. Daar heersten vooral groen, zwart en roodtinten met soms een flard zilverwit. Of die laatste "kleur" verband hield met sneeuw of IJs kon ik niet zien. Hoewel gasvorming in de vorm van wolken niet echt bestond, leek er wel een vorm van gassen-verspreiding te zijn. Diverse pluimen van een onbekende stof schoten omhoog en verdwenen naar mate ze hoger uit kwamen. Wel duidelijk traceerbaar waren enkele flinke vulkanen met diep rode kraters. Werkende vulkanen dus, concludeerde ik. RAW had intussen ook nog niets gezegd en maakte aanstalten om af te dalen.  

"Ho, wow, RAW. Dit moeten we samen doen hoor. Die ringen komen van links en rechts en ik weet niet of jij dat allemaal kan bijhouden, maar ik in ieder geval niet", zei ik in alle eerlijkheid. En vanwege vrees uiteraard, want ik achtte hem in staat om uit - een onterechte vermeende hogere intelligentie - toch een poging te maken. Mijn alert-systeem gaf aan dat dat als onacceptabel werd berekend. 

RAW knikte en knipperde één keer, wat min of meer betekende dat hij mij toestemming gaf mee te doen. En dat was maar goed ook. Na slechts 10 meter te zijn gedaald, brokkelde er een blok IJs af van de zijkant en suisde langs ons voertuig. Zonder het gelukkig te beschadigen, maar de stabiliteit werd even verstoord. Ons schip schommelde een beetje. "Misschien iets verder weg van de randen sturen, RAW", gaf ik aan en gelukkig volgde hij mijn advies op. Een verdere daling dwars door de 5 ringen ging probleemloos, maar recht voor ons, daar beneden, daar kwam het gevaar keer op keer langs. Niet 2 ,maar 7 ringen draaiden via verschillende hoeken onder de 5 ringen door en soms kruisten ze elkaar, zonder elkaar te raken. Ik zag dat een botsing tussen die ringen ooit vroeger wel aan de orde moest zijn geweest, want ook grote brokstukken - van het formaat multivervoer-tuigen - schoten soms ook voorbij. Ik herinnerde mij een game uit een ver verleden, wat ik speelde toen ik nog maar net was geboren. Het had de bedoeling om mijn systemen op elkaar af te stemmen. Ook toen kwam het gevaar van alle kanten - grijpkaboutertjes, knipslangen, bruisvogels en ook nog vallende bek-stenen. Dit leek een beetje op wat wij hier zouden ontmoeten. RAW hield het voertuig stil vlak voor het einde van het grote gat, het einde van de 5 ringen. Plotseling suisde er een enorme ring voorbij en het zorgde voor een langdurig schudden van ons schip. De krachten die hier op kosmologisch niveau speelden, waren groter dan de kracht van de zwaarste vulkaan op Aarde, berekende ik. RAW en ik keken elkaar plotseling tegelijktijdig aan - een besef van het komende gevaar waar we beiden voor zouden komen te staan. En toen begon het. 

"We gaan, Minox. Pak jij de linkerkant, dan ik de rechter, oké?" Hij wachtte mijn antwoord niet af en stuurde het voertuig met flinke snelheid naar beneden. 

Een grote luchtstroom kreeg ons voertuig direct te pakken en sleepte het mee naar rechts. Dit kon niet anders betekenen dat het hier met vergelijkbaar stormkracht 17 waaide en ook nog eens onregelmatig, want even later trok het voertuig naar links. Rechts van ons kwam een brede ring aandrijven en het zag er naar uit dat we een botsing alleen konden voorkomen door terug te gaan of snel te duiken. RAW besliste de tweede optie en daarmee nam zijn conclusie-systeem een groot risico omdat het niet duidelijk was of we het einde van de ring wel zouden halen. Het lukte net en de eerste olie-druppeltjes verschenen op mijn gestel. Zo ook bij RAW die er een paar wegveegde en met een breed spreekgedeelte naar mij de nu voor mij al legendarische woorden sprak; "Dat gaat goed zo". 

Nou, het ging helemaal niet goed, want door de aandacht slechts enkele seconden te verslappen, zag hij een twee ring over het hoofd en die suisde richting ons met een noodvaart. Nu was er slechts één optie mogelijk - omhoog en hopen dat boven ons geen onbekende ring ronddwaalde. Eerlijk gezegd, hier had mijn avontuur al ten einde kunnen lopen, want de beslissing om te stijgen lag buiten ons berekeningsvermogen. Een gok dus....iets wat robots normaal gesproken nooit doen. Maar voor alles is een eerste keer en dat was dus hier op miljarden kilometers van de aarde verwijderd. Eenmaal het gevaar voorbij, dook RAW weer snel naar beneden. We hadden de gok overleefd, maar dit was wel een opmaat naar wat nog kon komen. Onze sensoren raakten tot het uiterste gespannen en soms overviel een alarmmelding ons. Hier en daar een kleine storing en soms ook een ontsnapping van olie of lucht. RAW en ik konden echter niet meer terug en nu duwden we door. Mijn ervaring met games hielp hierbij omdat ik had geleerd dat in één keer doordenderen meestal het beste was. Zo ook nu. Ik gilde "vol gas RAW" en hij luisterde. Ik kan niet meer narekenen hoe we erdoor heen kwamen, maar het lukte. We overleefden 7 ringen van gigantische afmetingen en draaiende met verschillende snelheden. Het was juist de vierde ring die ons hielp doordat deze "blik-zei-dank" heel langzaam draaide waardoor er net genoeg ruimte overbleef om met een flinke snelheid langs 5, 6 en 7 te kunnen razen. Ik zag hierna geen ringen meer. We waren er doorheen. 

Voor ons glooide de planeet Teegarden B en nu zagen we haar volle glorie. Ik zeg hierbij met opzet haar glorie, want deze planeet was vanwege de vriendelijke eerste indruk onmiskenbaar vrouwelijk van aard. 

De rust in het vliegtuig keerde terug naar mate we de invloedsfeer van de ringen verlieten. Het geluid werd minder, er waren geen onverwachte en grillige luchtstromingen meer, laat staan stormen of het knallen van de ringen doordat ze ook keer op keer de luchtsnelheid doorbraken. We konden niet meer achterom kijken, maar wel via het scherm naar de horizonnen op links, recht voor ons en natuurlijk aan de rechterzijde. Natuurlijk zagen we de planeet als een gewone bolvorm en wel net zo gekromd als die van de Aarde. De planeet was dan ook vergelijkbaar qua grootte en dit leverde zodoende geen enkele verassing op. Aan de linker-horizon verscheen een zwak geel schijnsel en het lag als een laagje mistige lucht vlak boven het planeet-oppervlak. Recht voor ons was de kleur meer rood, waarschijnlijk vanwege het licht van de rode dwerg en aan de rechterzijde meer blauw, omdat de dwergster daar al onder was gegaan. Zoals gezegd misten we wolken zoals wij die kenden op Aarde, maar toch viel er van alles en nog wat uit de lucht op de bodem. "Mogelijk IJsblokken...RAW, dat bereken ik", zei ik om de afgelopen spanning helemaal te doorbreken. "Zou kunnen, Minox, maar als dat zo is, dan moeten we elke seconde ook boven ons hoofd blijven scannen", antwoordde hij. RAW had daarmee gelijk en ik hoopte dat het niet zo was, want een blok zo groot als een cocon-voertuig op mijn gestel, daar had ik geen zin in. "Misschien is het een vorm van regen, dikke regen of zo", voegde ik toe. RAW knikte. 

Naar mate we het oppervlak naderde, des te meer we opmerkelijke zaken aan onze licht-sensoren voorbij zagen komen. Ik registreerde - als optie met een waarschijnlijkheid van 50% - hoge boomachtige elementen, kaarsrechte savanne-stroken, koude woestijnen zonder IJs, kuilen met een onbekende vloeistof erin, scherpe heuvels en gigantische bergen (de hoogste; 16.324 meter). Ik had graag meer informatie willen verzamelen, maar RAW onderbrak mijn zoektocht.

"Daar....daar gaan we landen", riep hij en wees naar een bruine vlek tussen een groen klein eiland. Althans....als het een eiland betrof, want wat de vloeibare "zee" eromheen werkelijk inhield was nog steeds een mysterie. 

RAW stuurde het voertuig scherp naar beneden en we gingen zo snel dat ik het verzamelen van informatie even voorbij liet gaan. Mijn systemen concentreerden zich op de veiligheid en die leek voldoende. De bruine vlek bleek een gladde ondergrond, zonder kuilen of bulten. Eén onzekerheid bleef wel een dingetje, hoor. Of de ondergrond hard genoeg was, moest nog blijken. Voor je het berekende kon je ook wegzakken in een drijfzandachtige substantie. Hoe dan ook, enig teken van intelligent leven zagen we niet, maar leven an sich, dat wel. 

Zou ik het bomen noemen? Op dat moment kon ik geen zekerheid geven. Groene bladeren waren niet echt te traceren, noch bruine takken, maar dat er een structuur aanwezig was, die naar de lucht oprees, dat kon ik wel registreren. De structuren stonden groepsgewijs en even berekende ik een beweging van het geheel. Wind, andere luchtstromingen, visuele manipulatie?...Nee, op het moment dat we er boven raasden kon ik het niet aanduiden. Op de grond waren ook structuren in andere kleuren, bruin, goud, roze en blauw. Een beweging van buitenaards leven zonder dat we daarmee plantaardige begroeiing bedoelen, niet te zien. 

We landden dan ook zonder ons druk te maken over vernietiging van leven. Ja, de raketten zouden begroeiing raken, maar dat was het dan wel. Wat we ook al hadden berekend...De atmosfeer had een vergelijkbare inhoud als die op Aarde zoals deze er miljoenen jaren geleden aanwezig was, al was het koolstofmonoxidegehalte hier iets minder. Een uitstekende voedingsbodem voor meer leven dan slechts wat mossen en schimmels. En....ook belangrijk, de mens zou inderdaad hier kunnen verblijven. Ik had nog geen idee hoever deze conclusie af stond van de werkelijkheid, maar daarover later mee, bereken ik nu al. 

Hoe dan ook....RAW en ik stonden op de planeet Teegarden B en het werd tijd om de eerste robotstappen op een leefbare exo-planeet te zetten. Een kleine onbeduidende stap voor een robot, maar een mogelijk noodzakelijke voor de gehele mensheid.    

 

  wordt vervolgd op 3B. 

E-mailen
Map
Info