www.ideemachine.nl (Robots&Zo)
                                                                                                 

Het Dagboek, 2B



Het vertrek, vervolg


Het is nodig. Een afwijking van het normale. Het lijkt voor schrijvers ten strengste verboden - in romans en zo - om iets uit te leggen, maar dit is nu eenmaal mijn dagboek en om te laten begrijpen hoe de verplaatsing van Aarde naar Teegarden B werd uitgevoerd, moet ik wel een toelichting geven. 

Zoals we weten zijn ruimtereizen begonnen met de val van Icarus, de mythologische man die wilde vliegen, maar de kracht van de zon had vergeten en hopeloos ter Aarde stortte. Daarna was het lange tijd stil. De lucht behoorde aan de vogels, iets wat overigens misschien zo had moeten blijven. Hoe dan ook, ergens rond het jaar 600 volgde de ontdekking van het ontbranden van een explosieve lading. De vuurpijl van de Chinezen is daar het eerste voorbeeld van. Dit principe werd uiteraard door de immer onderzoekende mens verder uitgewerkt en leidde zelfs in de 20e en de 22e eeuw tot landingen op de Maan en Mars. Een kunststukje zeker, maar wel een gevaarlijke en zeer dure onderneming, die veel astronauten en Afstands-Kolonisten het leven heeft gekost. We weten misschien ons de fatale vlucht naar Mars in 2133 te herinneren (ik wel in ieder geval). Tijdens een vlucht naar het 2e Mars-station zouden de eerste Afstands-Kolonisten daar naar toe worden gebracht om een permanente basis te bemannen (met vrouwen en kinderen). Vlak voor de landing explodeerde het voertuig, dit terwijl de landing live op de Holo-visie was te zien. Men durfde hierna geen gebruik meer te maken van licht ontvlambare stoffen en dat betekende ook het einde van de Maan en Mars-bezetting. 

Natuurlijk kwamen er ook andere vormen van verplaatsing in beeld, maar vele eindigden gewoonweg louter in de science fiction boeken. Het opvouwen van de kosmos....onmogelijk, aangezien het doel van de reis door het opvouwen werd vernietigd. Kernfusieaandrijving...wel veilig, maar te moeilijk en leverde onvoldoende tijdwinst op aangezien Alpha Centauri - de relatief dichtbij zijnde ster - pas na ongeveer 1000 jaar zou worden bereikt. Het plan belandde dus voorlopig in de ijskast en werd nimmer meer een optie. De Warp-aandrijving....onmogelijk, aangezien de snelheid van het licht de mens niet zou kunnen overleven. Bovendien zou elk ieniemienie rotsje op de route het voertuig onmiddellijk vernietigen. Wormgaten, leuk idee, maar nog nooit was er een dergelijk gat getraceerd. Bovendien...waar zou de mens uitkomen? Al met al, het lukte niet. Ofwel de snelheid benaderde slechts een fractie van de snelheid die minimaal nodig zou zijn, namelijk de snelheid van het licht. 

Totdat ene Michael Kusnami, een student van de South African University een onmogelijk idee uit een ver verleden onder handen nam. Hoewel de kwantumfysica zijn nut had bewezen in computers - en dit leidde tot de eerste goed zelfstandig werkende robots - kwam het principe nooit in beeld voor transportdoeleinden. 

Nu wordt het een beetje moeilijk, bereken ik, maar zal toch mijn best doen.  

In de kwantum-wereld - dat van de meest kleinste deeltjes - gelden andere principes. Anders gezegd, alles wat op Aarde normaal is, is daar niet. Deeltjes nog kleiner dan een atoom kunnen op plaats A en B tegelijkertijd zijn, om maar een voorbeeld te noemen. En....als er door de mens gemeten wordt - vallen alle bijzonderheden weg. Het is alsof God ons wil vertellen; blijf weg uit mijn werkgebied! Het was dus zaak om een idee van een mogelijkheid voor waar aan te nemen, zonder dat je dit exact weet of meet. En daar vond onze student zijn eureka-moment. Hij wist namelijk dat het bekend was dat beïnvloeding van een deeltje - op welke afstand dan ook - verstrengeld kon zijn met een ander deeltje. Als deeltje A naar links bewoog, deed deeltje B dat ook en wel onmiddellijk.

Dat kon maar één ding betekenen. De communicatie tussen de deeltjes ging sneller dan het licht. Michael begon een machine te bouwen en probeerde allerlei truckjes uit te halen en warempel het lukte. Eerst besloot hij zijn geld hiermee te verdienen door op te treden als goochelaar. Op een dag werd hij echter benaderd door een machtige organisatie. Jullie snappen, dat betrof uiteraard de Royal Astronomical Society. De organisatie had een briljant idee. "Zou het mogelijk zijn om de deeltjes van positie te laten veranderen. A naar B en andersom?", was hun vraag. Onze Michael ging ermee aan de slag en op een dag lukte het. Dit leidde allemaal tot de machine waar ik in zou plaats nemen. De machine waar ik in zou belanden zou worden omgewisseld met een hoeveelheid materie die vlak bij Teegarden B in de lucht hing. En wel...een gedeelte van de ijs-ring. 

Enfin, vanaf dit punt kan ik verder met het vertellen van mijn ervaringen. 

Op een druilerige dag belandde ik via een snelle Ska-trein in de bergen van Punjab, Groots Indiaas Brittannië. Mijn meester escorteerde mij en uiteraard had hij een persoonlijke cocon voor ons besteld. Geen last van vreemden of andere mensen, die misschien wel al te nieuwsgierige vragen konden stellen. Hoewel het een rookvrije cocon betrof, meende mijn meester dat hij toch wel een sigaartje daar kon aansteken. Toen ik hem aankeek zei hij "Ik betaal een Godsvermogen aan data en bits voor deze cocon, Minox". Ik knipperde slechts één maal met mijn licht-sensoren, een teken dat ik het goed vond. Een robot heeft nu eenmaal weinig last van mensonvriendelijke gassen. Om de tijd goed door te maken, scande mijn systemen de bergen af en ik vond hun bijzonderheden, de hoogte, de temperatuur, het aantal doden op de flanken en ook waar de huidige bergbeklimmers zich bevonden. Het was er nog immer druk en ik vroeg mij af of ze zich niet beter op de hoogtes van Mars zouden kunnen richten, omdat elke flank, elke berg al honderden keren was bedwongen. 

Na een dertigtal enorm hoge pieken kwamen we aan op onze bestemming, een klein dorp met een onuitspreekbare naam en opgetrokken naast een zwakke helling. Wellicht zou niemand, buiten de dorpelingen, het besef hebben van een geheime lanceerbasis die diep onder de grond was gebouwd. Voor hun geheimhouding kregen ze gelukkig wel iets in retour. De lokale theehuizen waarvan er inmiddels een stuk of vier waren, liepen elke dag vol met bezoekers en dat leidde tot een groot geluk in het anders zo arme dorpje. De bewoners konden zich goed kleden, hadden werk ook en de elektrische en digitale voorzieningen waren ongekend luxe voor een dorp in deze regio. 

Al snel lieten we het dorpje voor wat het was en begaven ons naar de entree, een kleine stalen verroeste deur in een nauwe gang, welke duidelijk - voor satellieten onzichtbaar - juist op die plek was aangebracht. Eenmaal binnen in het complex, na een minutenlange afdaling per lift, ontplooide zich een indrukwekkende basis vol elektronica, robots en onmetelijk grote machines waarvan ik niet kon ontdekken wat hun functie betrof. 

Al snel werden we aangesproken door een robot.  

"DVX16, tot uw dienst. Wilt u mij volgen, meneer", kraakte een uitermate robotachtige stem zonder toonhoogteverschil. Het apparaat maakte mij intern bekend dat ik ook moest volgen. Ik berekende dat er vast storing bij de robot zou optreden als ik zou blijven staan. Wat kon er belangrijker zijn dan mij?", analyseerde ik. De robot, een dienstrobot op een eenvoudig rupsbanden-systeem - het maakte nogal herrie - waggelde vooruit en zette een rood zwaailampje boven op zijn hoofd aan. Wellicht om de belangrijkheid van zijn opdracht aan te geven, zo berekende ik. We gingen redelijk snel vooruit, een lange gang in, zonder een zichtbaar einde. Mijn temperatuurmeter duikelde ver onder nul en ik zag dat mijn meester rode wangen had. Intern vroeg ik de robot om een deken of iets dergelijks, maar er kwam geen antwoord terug. Mijn meester probeerde de kou te weerstaan en trachtte de robot in te halen door het tempo iets te verhogen. Wolkjes warme adem gaven aan dat hij inmiddels hard werkte en het zo wat warmer kreeg. Ik richtte mijn aandacht op de omgeving. De gang had een ijskoude uitstraling. Grauw beton met ijspegels aan het plafond en volop straaltjes bevroren water op de muren. Bovenin waren zwakke lampen aangebracht waarvan er enkelen knipperden en ik berekende dat de gang geen hoge prioriteit had. Dat laatste was juist, want 307 meter verderop, sloegen we linksaf en de afwerking van de gangen veranderde. Hier geen grauwe muren, maar zorgvuldig gestucte muren van een gladde steensoort, wit geverfd en voorzien van een licht-dempende substantie, mogelijk areen-methyl. De mate van beveiliging was hier ook aangescherpt, want duidelijk zichtbaar hadden enkele strijd-robots plaats genomen op een aantal wachttorentjes. Het betroffen geen mobiele versies, maar eenvoudigweg staande exemplaren met zwenkbare armen en richt-sensoren. De wapens leken mij kern-flitsers, een snel wapen, effectief en instelbaar van smorend tot dodelijk.  

Tot zover had mijn meester nog geen woord gesproken. Ik zag ook geen aanleiding daartoe, want mensen in deze omgeving had ik niet kunnen traceren. De mate van aanwezigheid van robots steeg met elke stap en de diversiteit ook. Naast redelijk eenvoudige vervoers-robot, dienst-robots en bewakings-elementen, constateerde mijn alert-brein ook meer geavanceerde robots waarvan een enkeling een realborg betrof. Men had een voorkeur voor mannelijke exemplaren berekende ik. Wellicht omdat kracht hier een factor van belang moest zijn, een onzinnige gedachte trouwens, aangezien kracht vooral te maken had met computer-rekenkracht. Enfin, de witte brede gang werd breder en breder en hoger ook. Aan het einde verscheen een enorm wit doek en het zou mijn analyse-brein niet verrassen als daarachter ons voertuig zou zijn opgesteld. We moesten op 30,47 meter voor het doek stilhouden, althans onze robot stopte, keerde zich om en zei wederom "tot uw dienst". Hij boog licht en verdween in één of andere nis. Mijn meester liet zich onberoerd staan en wachtte geduldig af. Het was op dit moment dat mijn vrees-analyse bewaarheid werd. 

Uit een kleine gang rechts van ons verscheen een bekend figuur. RAW rechtte zijn skelet en stapte met grote stappen op ons af, gevolgd door zijn meester. Ik berekende dat het "imponeren" van ons een tactiek was, omdat de Heer Budenbrock vrijwel vanwege de breedte van de robot uit ons beeld bleef. De reden van de tactiek kon mijn brein niet analyseren en het maakte mij niets uit. Breed, sterk of hoog, een zekerheid van zwakte bij de mannelijke mens is een simpele trap tegen het geslachtsdeel en ook elke robot zou vast wel een zwakke plek hebben. Deze analyse maakte mij wel attent op mijn eigen zwakte en ik schakelde snel mijn anti-hack-systeem in en nam mij voor om dit vanaf nu het nimmer meer uit te schakelen. Mijn controle-brein gaf daarvoor akkoord met de opmerking dat het wel batterij-energie kostte. 

De eerste kennismaking was er weer één uit het oud-Engelse cultuur-boekje. 

"Dag Budenbrock", zo begon mijn meester zonder zijn hand uit te steken. "Ik dacht even dat je werd gedragen, want ik zag je niet", vervolgde hij. 

"Haha, beste theekop en schotel en ik zie dat je het iele scharreltje weer hebt meegenomen. We kunnen nu nog wisselen hoor. Er lopen genoeg aftandse robots rond". Mijn meester vertrok zijn gezicht en zo zag het er ook uit als hij van de tandarts terugkwam. Hij wilde wat zeggen, maar ik was hem voor. 

"Eh, heer Budenbrock. Laat het u duidelijk zijn. Als ik nog één keer op deze manier wordt beledigd, dan blaas ik mezelf na aankomst bij Teegarden B op en dan komt er helemaal geen winnaar. Ik hoop dat ik duidelijk ben." Het duurde tien seconden en daarna bulderde Budenbrock het uit van het lachen. "Geweldig, katje hoor. Maar je hebt gelijk. Neem me niet kwalijk mevrouw". Budenbrock boog voorover en knipoogde naar mijn meester. Hiermee was de kou uit de lucht om het zomaar te zeggen, maar bij mij....het borrelde binnenin en mijn olietemperatuur schoot richting een oranje-level. Een belletje van mijn alert-systeem gebood mij even rustig te rekenen van 200 terug naar 0. Het hielp. RAW bekeek me intussen met een vorm van menselijke bewondering, aangezien er dit keer vriendelijkheid in zijn ogen te lezen stond. De licht-sensoren hadden zich overgeschakeld naar zwak-rood, een robotisch teken van aandacht en respect. Ik knipperde naar hem om ook mijn respect te tonen. 

Al met al veranderde de toon onderling, er werden grapjes en verhaaltjes gedeeld en ik kreeg de analyse dat de strijd niet hier, maar op Teegarden B zou losbarsten, iets wat feitelijk rond te tafel bij het genootschap was afgesproken. Ook RAW benaderde mij nu. 

"Dag, Minox", zo begon hij. Zijn stem klonk nu ook aangenamer, minder hard en scherp. "Laten we ons richten op het vertrek. Ik heb begrepen dat we allerlei systemen samen moeten checken voordat we kunnen vertrekken". Ik knikte goedkeurend. "Prima RAW. Wat er op Teegarden B gebeurd....good luck daar. We zien wel, maar nu wil ik inderdaad een goed begin maken, anders hebben onze meesters zich voor niets in de waagschaal gelegd". 

"Wijs gesproken, Minox. Ik ben het helemaal met je eens". 

Nou best Dagboek....Jullie lezen dat de gespannen situatie drastisch veranderde van een harde botsing naar een zekere samenwerking. Toch richtte mijn alert-systeem een extra bericht en wel uit; "De kunst van het oorlog voeren", een eeuwenoud boek van een Chinese Veldheer, Sun Tsu. 

"Wees gewaarschuwd voor degene die een zachte veer stuurt". 

Ik berekende het bericht en het werd mij duidelijk. "Vertrouw hem niet" en....het was maar goed dat ik dit al vroeg concludeerde. Hulde aan mijn alert-systeem.

Hoe dan ook, we liepen gezamenlijk richting het witte doek tot plotseling een zware stem door de ruimte schalde.

"Ontsteking, 2 uur en 30 minuten". Hierna schoof het doek langzaam weg en al mijn systemen begonnen als een gek te rekenen, toen het vaartuig stukje bij stukje zichtbaar werd. Ondanks de rust, schoot mijn olietemperatuur meteen weer naar oranje met enkele spikkels rood. 

"Wow", zei ik. 

"Wow", zei RAW". 

wordt vervolgd op 2C


E-mailen
Map
Info