Ideemachine.nl
                                                                                                 

Het Dagboek, vervolg 1B



De uitdaging, vervolg


Vanuit de weelderig begroeide buitenwijk ging er een snelle Torero-lijn naar een centraal punt vlak vóór het dicht bemenste centrum van de stad. De baai nabij de stad, die ik vanaf de hoogte goed kon waarnemen, sidderde vanwege kleine golfjes en dat had een schittering van de zon op het water tot gevolg, welke met mij mee voerde naar mate ik de haven en het centrum naderde. Mijn meester droeg zoals altijd zijn zonnebril en ik moest mijn licht-sensoren afstemmen op minus 2 om overbelasting te voorkomen. Zoals gebruikelijk - in wat de mensen ondanks dat de stad binnen 2 uur vanuit Londen kon worden bereikt nog steeds "het verre Oosten" noemden -, werd de koelere lucht vrijwel meteen na opkomst van de zon verdreven. Nog even, zo registreerde ik, zou het Kezo-asfalt van de forenzen-wegen onder mij vervormen tot een mengsel van half-vaste smurrie en zand. Niet voor niets had men hier vooral blaas-tuigen, die net boven de plakkerige grond zweefden. De eerste stofwolken opgewekt door deze voertuigen dreven al richting de zee. 

De zee verderop kreeg vanwege de zon een bijzonder kleurenpalet, neigend van een samenspel tussen licht-Turquoise en donker-Cyaan dichtbij de baai en naar het diepblauw van 470 nanometer golflengte temeer de zee dieper werd. Voor de duidelijkheid; vooral blauwgroen dus. Op de zee zag ik enkele visserijschepen, voorzien van een complex kranenstelsel om de bewusteloos makende pulsen zo effectief mogelijk te verspreiden. Ik berekende dat het na de pulsen een kwestie van oplepelen moest zijn om de vangst binnen te halen. Hier waren geen vis-restricties ingesteld zoals wel in Noordelijke wateren, iets wat de Internationale Milieu-raad als ongewenst beschouwde. Hoe dan ook, de Britse Kolonisten durfden de reactie van de Indiase bevolking niet aan om deze vorm van visserij te verbieden, ondanks dat de verhouding tussen Kolonisten en de Indiase bevolking - qua aantal - niet erg groot was. Aan de haven zelf zag ik enorme C-vaartuigen, vol containers. Het verpakken van goederen in wiskundige vormen had altijd de voorkeur behouden, iets wat ik overigens als logisch bereken. De lange vaartuigen maakten op mijn systemen een bepaalde indruk, niet zozeer vanwege de lengte en hoogte of de hoeveelheid containers, maar vooral vanwege het gebruikte energiesysteem. Op elk vaartuig zag ik 2 of 3 bruine masten met daarop kegelvormige cilinders, die voor zover ik kon berekenen als wind en zon-turbines dienst deden. Ze waren allemaal rood gekleurd en dat maakte het alsof er gigantische kersen boven het water hingen, rijp om te worden geplukt...door reuzen dan natuurlijk. Jullie, lezer merken...ook een robot kan fantaseren al is het middels een berekening. 

Al met al registreerde ik de wens om vrij lang hierboven te blijven hangen, maar die wens werd snel verkruimelt door een vage berekening tot een "soortgelijk" menselijk jammerlijk gevoel, omdat het voertuig afremde en zijn bestemming bereikte. Ik moet daarbij opmerken dat een menselijk gevoel, zoals jammerlijk, natuurlijk bij een robot niet mogelijk is. Toch zijn er menselijke emoties in mij ingebouwd, echter in het geheel niets meer dan een ontastbare conclusie. Je zult een robot niet zien huilen, maar dat wil niet zeggen dat de robot geheel verdriet-loos is. Het voelt niet....zeg ik maar, maar het is er wel. Hoe dan ook, bij een dergelijke robotische conclusie hoort niet perse een gevolg. Al doet de robot er niets mee, dan levert dat geen enkele storing of schade op, iets wat bij een mens wel aan de orde is. Wie als mens verdrietig is - zonder te huilen - zal vroeg of laat daarvan de rekening krijgen, psychisch dan wel lichamelijk. 

Enfin, laat ik verder gaan. Het centrale punt vlak vóór het centrum betrof niets meer dan een rondvormig platform vol aankomst en vertrek-banen. Wie ooit is gaan skiën, weet wat ik bedoel. De tijd om uit te stappen werd verkort omdat er een invalide persoon uit moest stappen. Hoewel de wat oudere mevrouw goed kon lopen met haar uitwendige loop-skelet, werd er geen risico genomen. Uiteraard had ze 2 robots bij zich om haar daarbij te helpen. Vlak daarachter dreef een groter voertuig binnen, vol met glimmende robots en een lange witte man, met een zilveren drijfstok, waarmee hij meteen een bedelend kind van zich af duwde. Duidelijk een Britse kolonist "oude stijl". Nadat hij was uitgestapt, maakten de robots een V-vormige escorte waardoor de betreffende man een gang kon maken naar het centrum zonder dat hij ook maar even hoefde te stoppen. Anders gezegd, de robots maakten een vrije doorgang. Ik keek mijn meester aan. "Nee, Minox, dat verlang ik absoluut niet van jou. Wij gaan eerst naar de Guray-markt. Ik heb nog een paar sigaren nodig". En met die woorden stelde hij mij gerust. 

Ons voertuig stopte niet in zijn geheel, maar dat maakte eigenlijk het uitstappen nog makkelijker. Het was wel zaak om meteen door te lopen, want het volgende voertuig kwam er al aan. Ook mijn meester kreeg een paar handen van jonge bedelaars voor zich en ik berekende of ik moest handelen. Mijn meester echter, lachte vriendelijk naar de twee knaapjes, pakte ze bij de hand en op een veilige afstand gaf hij ze ieder een Cash-kaart waarmee ze zeker een week eten konden aanschaffen. De diepe buigingen van de jongens beantwoordde hij met een evenzo diepe buiging en ik volgde zijn voorbeeld, dit tot ongeloof van alle toekijkende lieden op het perron. Ik wil hiermee niet zeggen dat mijn meester een perfecte mens is, nee...zeker niet. Hij is en blijft een kolonist, een overheerser dus, maar wel één met een goed fatsoen. Nadat we eerst richting de hoge muur liepen, een gedrocht van zo'n 15 meter hoog, die in zijn geheel de oude binnenstad omringde, raakten we vanwege het gedrang de D-ingang uit het oog en moesten we noodgedwongen de E-ingang nemen. Een ingang die eigenlijk louter voor handelaars was bestemd. Het kostte mijn meester 3 Cash-kaarten om alsnog via die ingang naar binnen te mogen lopen. Vlak na de poort veranderde de omgeving compleet en het was inderdaad nodig geweest om al mijn sensoren op een groot-waarde in te stellen om alle zintuigelijke indrukken te verwerken.

Allereerst registreerde mijn reuk-sensor een mengsel van wel 70 geuren. Ik ga ze hier niet allemaal opnoemen en zal me even voor de beeldvorming - al is dat een beetje vreemd met geuren - richten op de meest indrukwekkende. De milde geur van Ceylon-kaneel registreerde ik als de meest indringendste geur, gevolgd door de fris-zurige geur van Mangopoeder. De meest opmerkelijke geuren betroffen die natuurlijk de verschillende Curry's, welke mijn reuk-sensor allemaal als penetrant maar vreedzaam registreerde. De lucht had vlak bij de markt een ander kleurenpallet aangenomen, voornamelijk geeltinten, veroorzaakt door het veel verhandelde Kurkuma. Het fijne poeder hing in de lucht en dwarrelde over alles en iedereen heen. Zelfs de gladde stenen van de looppadenwaren bezaaid met een laagje geel stof. Ik hoefde mij gelukkig geen zorgen te maken. Waterdicht is evenzo lucht- en stofdicht. Mijn meester daarentegen stofte al snel zijn zonnebril af, iets waar hij een hekel aan had, omdat het vet van zijn vingers het spiegeleffect verminderde. 

De mensen maakten hier al een hoop herrie. Bijna iedereen wilde een vorm van voorrang en het geduw en trekwerk leidde uiteindelijk tot schelden en vloeken. Sommige orde-robots drukten verhitte tweetallen even weg uit de looprichting zodat alsnog een redelijke doorstroom van vervoer en mensen mogelijk werd. Mijn meester en ik schuifelden rustig met de stroom mee en daarbij hielp het dat we allebei een lengte-voordeel hadden ten opzichte van de meeste Indiërs. Ik keek boven de massa uit en registreerde een lange stoet, die klaarblijkelijk op weg was naar het centrale marktplein. Plotseling tikte mijn meester mij aan en hij verdween links in een nis van één of ander obscuur verkooptentje. De man achter de verkoopwaar - voornamelijk zonnebrillen en hoeden - lachte breeduit en begroette mijn meester met een korte buiging. "Welkom Sahib Christian. De korte route neem ik aan", sprak hij zacht, maar alsnog iets te hard, omdat mijn meester zijn vinger tegen zijn mond hield. De verkoper sloot even zijn ogen, boog zijn hoofd nog een keer en gebood mijn meester te volgen. De korte route was niets meer dan een route via alle huizen en aangrenzende kraampjes. Soms via smalle stegen, soms via een doolhof van ruimtes waar verschillende mensen huisden en soms zelfs via kelder en daken. Ik registreerde een aardig beeld van het leven in het oude centrum. En het beeld kon ik niet als positief bestempelen. Een zekere rust zou hier nooit kunnen worden gevonden, zo berekende ik en de geuren zouden voor altijd moeten worden geduld. Het moest wel dat de bewoners hier totaal aan gewend waren geraakt, anders zou je gek worden, zo analyseerde ik. Toch was iedereen die we aantroffen vriendelijk en goedlachs. Ook de vele kinderen, want één voordeel hadden ze hier wel. Ze hadden altijd te eten en waren goed gekleed. Opvallend was de afwezigheid van bedelaars in de betreffende stegen en ik concludeerde dat deze vorm van overleven hier verboden moest zijn gesteld. 

Alle huizen waren gemaakt van kleurige steensoorten afgewerkt met een laag van lijm, stro en houtresten. Het maakte de gehele binnenstad kleurrijk en aangenaam voor mijn video-systeemopslag om te registreren. Mijn meester begroette keer op keer iemand die hij kende en meestal had het tot gevolg dat zijn stapel Cash-kaarten slonk met de minuut. De meeste mensen bogen kort voor hem en hij nam altijd de tijd om heel kort met hen te praten. Meestal formeel, maar hoe dan ook, hij kende iedereen bij de voornaam. Zodoende duurde het redelijk lang voordat we bij de markt aankwamen en ik schatte dat het net zolang duurde als ware we in de stoet gebleven. Toch was dit veel aangenamer en het kostte mijn meester weinig zweet. 

Het marktplein lag volop in de felle zon en er was nauwelijks plaats voor schaduw dan behalve onder de tentzeilen van de kraampjes. Ik kon me voorstellen dat als je niets nodig had, je toch onder zo'n tentdoek zou schuilen voor de zon en een prooi werd voor de slinkse kooplieden. "Sahib hier, Sahib daar....kijk hier meester, meester ik heb iets bijzonders voor u, een koopje Sahib, dit vindt u nergens, exclusief Sahib", en zo ging het inderdaad. Ik zette mijn filters aan om dergelijke woorden en zinnen niet meer te registreren en richtte me op het werkelijke doel van mijn meester en diens nabije omgeving, het clubhuis van de vereniging. Mijn meester echter nam nog de tijd. Niet dat hij alle kooplieden van naam kende - sommige wel - maar als je op een markt bent, dan is het zonde als je niets koopt. Mijn meester had zodoende zijn zinnen gezet op een bijzondere kraam. Eentje waar slechts een paar stukjes meloen lagen - vol met vliegen. De vrouw achter de lange tafel betrof een bijzonderheid en dat rijmde niet met haar nietige koopwaar. Er stond verder ook niemand bij deze kraam en als er eentje kwam dan schuilde deze even met de rug gekeerd naar de koopwaar. Mijn bronnen registreerde de vrouw als uitzonderlijk mooi, maar daarvoor moest mijn systeem wel de filter digitaal verwijderen, een doorzichtige zwarte sluier gemaakt van het fijnste kant. Haar ogen maakte indruk, vanwege de kleur, groen met een fijn randje bruin aan de buitenzijde, iets wat ik nog niet had gezien bij welke Indische vrouw of meisje dan ook. Haar tanden, helder en verzorgd lagen verborgen achter een stel bloedrode lippen en de enige keer dat ik ze registreerde was meteen de laatste keer, bij de eerste begroeting. Ook zij boog even en sprak mijn meester aan met zijn voornaam. "Christian, wat goed je weer te zien. Mag ik je een schijf meloen aanbieden?", zei ze en ik zou willen dat mijn spraakgedeelte zo'n prachtige zwoele stem naar voren kon brengen. Ik besliste dat ik dat later aan mijn meester zou vragen. 

Binnen in de tent troffen we tot mijn verbazing een verzameling stoffen en kleden aan. Om te beschrijven wat ik dat registreerde zou mijn dagboek de eerste tien volgende pagina's vol staan met een opsomming van patronen, kleuren en neveneffecten. Laat ik me maar houden aan dat laatste. Mijn meester pakte een grijze shawl, zonder enig patroon en wikkelde deze om zijn hand. Plotseling raakte mijn registratie-brein even van slag, omdat de hand met de shawl volledig leek te verdwijnen. "Een kameleon-shawl", verduidelijkte mijn meester. Mijn antwoord; "wow", deed hem lachen. "Deze neem ik, Mirza. Zoals altijd heb je de juiste keuze al voor me gemaakt". De vrouw sloot haar ogen even en boog kort. "Dank je Christian, maar...ik heb nog iets bijzonders. Misschien iets voor je robot?", sprak ze en ze keek mij recht in mijn licht-sensoren. Ik knipperde met mijn ogen. "Iets voor mij?", brabbelde ik maar. "Ja....je bent toch prachtig om te zien. Het zou jammer zijn als daar niet een mooie shawl bij hoorde". Ik knipperde weer. Ik berekende wederom een bevestiging van wat mijn uiterlijk met mensen deed. Bijna alle mannen bekeken mij met verwondering en een vorm van verlies van controle. Vooral als ze in het bijzijn waren van een vrouw, doordat ze - tot ergernis van de metgezel - niet zomaar hun blik op mijn blik konden beëindigden. Vooruit...in het kort dan. Mijn gestel is vrij lang, langer dan de meeste mensen zelfs en dat komt vanwege mijn loop-tentakels waar een paar bijzondere schoenen onder zijn gemonteerd. Deze verhogen mijn skelet. Uiteraard ben ik slank, want dat vergt minder energieverbruik en is kostendekkend omdat er ook minder materiaal hoefde te worden gebuikt voor mijn kostbare buitenste gestel en sluit-huid. En ja, ik heb borsten gekregen, omdat mijn meester een vrouw-vorm wenste. (Ik heb hem nooit gevraagd waarom hij dat wilde, by the way). Mijn sluithuid - zichtbaar bij de onderste delen van mijn loop-en grijp-tentakels, mijn buik, hals en uiteraard mijn gezicht, is licht-getint met een snufje plus erbij, omdat we nu eenmaal ons in India verblijven. Over mijn gezicht kan ik niet veel vertellen, behalve dat - nu de Boston-fabrieken nagenoeg alles qua wensen kunnen maken - het een ovale vorm heeft met iets schuin geplaatste licht-sensoren. Mijn haren zijn vervormbaar en kunnen elke kleur aannemen die ik wil. Al met al...een mooie vrouwelijke Realborg. 

"Bij een bepaalde schoonheid hoort de juiste shawl", zei de vrouw. Ook ik kreeg daarom een shawl om mijn hoofd en die trok onmiddellijk zo strak aan dat louter mijn licht-sensoren nog zichtbaar waren. Ik berekende meteen dat dit een kuisheid-shawl moest zijn, die me beschermde tegen te veel gerichte mannelijke en vrouwelijke blikken. Mijn meester knikte. "Die is voor jou, Minox. Soms kan je deze wel gebruiken, lijkt mij". Ik bevestigde zijn conclusie en dankte de vrouw voor de uitzonderlijke keuze. Op het moment dat ik feitelijk de shawl wilde verwijderen, verslapte de shawl zonder dat ik daarvoor een extra handeling hoefde te doen. "De shawl luistert naar je binnenste", verklaarde de vrouw. 

We verbleven niet langer op de markt en verspilde ook geen tijd meer aan aanbiedingen of praatjes. Op het moment dat ik de exacte tijd registreerde - 5 voor 10 - berekende ik waarom. 10 uur was de afspraak dat was wel duidelijk. Voor ons verscheen aan de uiterste rand van de markt het forse en redelijk hoge gebouw, duidelijk gebouwd in de Britse koloniale stijl. Aan de voorzijde, vlak boven de ingang, hing een brede plank van een enorme eikenboom, glad gepolijst en voorzien van een flinke vernislaag. "Royal Astronomical Society" stond erin gebrand in het Engels en daaronder in het Indiase Sanskriet, maar wel dan in veel kleinere letters. Bij de ingang - een klein trapje leidde daar naar toe - stonden 2 dienst-robots die de toegang controleerden. Mijn meester werd door de rechter-robot met een scan bekeken en hierna opende de linker-robot de massieve houten deur. 

Aangekomen in de hal, veranderde de wereld weer in een voor mij normale toestand. 

wordt vervolgd op 1C   

E-mailen
Map
Info