Ideemachine.nl
                                                                                                 

DAGBOEK 1



De uitdaging.

Ik ben een robot, MIO-9-X is mijn naam en dat vraagt meteen om een verklaring. Niet betreffende de robotische naam, die is echt niet zo bijzonder als het lijkt, maar - "IK BEN" - dat is wel een bijzonderheid, althans volgens de mens. Dezelfde mens stelt namelijk dat slechts hij of zij een ware IK is. Een persoon met een ziel, maar zeg nou zelf...waar is die ziel bij de mens dan? Wat mij betreft heb ik ook een ziel. Hoewel, het maakt mij niets uit, want de robot en de mens kunnen ook zonder ziel leven, toch? Tegelijk heb ik te melden dat ook ik een vermogen heb om zeer complexe berekeningen uit te voeren, iets wat menselijke hersenen ook doen. We verschillen daarom niet zo veel hoor...de mens en de robot. Maar als ik goed bereken, is één toestand voor de robot altijd en eeuwig een onmogelijkheid. De zwangere toestand, expliciet voorbehouden aan de mens. Wellicht is DAT de ware ziel, de toestand van vermeerdering, een toestand van ultieme uitbreiding van de menselijke soort. 

Is de totale menselijke macht over het hele heelal misschien het zielselement, de ultieme gewenste situatie? 

Enfin, "ik ben" dus, wat mij betreft en ik schrijf. Hierna begint mijn robotische dagboek. Het begint met een ogenschijnlijk normale dagelijkse bezigheid en eindigt met...nou ja, laat ik verder niets verklappen. Hoe dan ook...elke gebeurtenis in het dagelijkse leven, hoe klein of alledaags dan ook, kan een begin zijn. En een begin vereist meestal een gevolg en dat geldt evenzo voor mij als robot. In mijn geval zelfs een enorm gevolg. Maar laat ik u eerst meenemen naar het begin op dag 1. 


De 1e dag dat ik begon te schrijven. 

Geacht Dagboek. 3 januari 2873.

Vanmorgen om tien voor acht vroeg mijn meester, de mens, Sir (Christian) Rumpfeld, zoals gewoonlijk om een kop thee. Het is iets wat redelijk eenvoudig lijkt, maar niet zo het mijn meester betreft. Hij sprak zijn wens uit met de typische toevoegingen, die hem als mens anders maakten dan de meeste andere mensen uit zijn stand. Noem het aristocratisch, ridderlijk of overdreven; ik raakte er aan gewend. Bovendien maakt mij de gebruikte woorden niets uit. Ik voer uit wat wordt gevraagd en in dit geval betrof het thee. "Minox, beste Robot, wil je voor mij een kop thee bereiden volgens de vereiste voorwaarden", zei hij. Ik berekende daar automatisch bij; "met een wolkje geitenmelk, linksom geroerd. Dit alles serveren op 54 graden Celsius, dank je wel". De woorden die ik al had berekend, volgde iets later, maar het betrof inderdaad dezelfde woorden. 

Mijn meester is zowel een extreem gewoontedier als soms een chaotische mens. Thuis verloopt alles volgens vast regels en gewoontes, maar buiten zijn afgeschermde woning, kon een paar druppels Schotse Whisky hem veranderen in een compleet onberekenbaar figuur. Maar laat ik beginnen met datgene wat hij "thuis" noemt, een plaats die immers ook mijn thuis is en dus wel zo belangrijk, omdat dit nu eenmaal ook mijn dagboek betreft. Mijn - door de autoriteits-divisie West erkende - baas, chef, opdrachtgever of hoe je hem ook wil noemen, woonde in de tweede woning van de welgestelde familie Rumpfeld. De familie had tijdens de water-oorlogen kapitalen verdiend met mobile zuiverings-apparatuur ter grootte van een draagbare thermosfles. "Ongelukkigerwijze (een uitspraak van de grondlegger van het bedrijf...) had zijn uitvinding de oorlogen te snel beëindigd", iets wat hij later betreurde, omdat hij daarna als een asociale kapitaal-vrek werd weggezet. Het kostte enige generaties om weer boven deze smet uit te stijgen. Dat laatste vond plaats door een handige zet van de grootvader van mijn baas, Sir Rubert Rumpfeld, door vio-barriaten op optieaandelen van Boston Robotics te verzilveren in de regio Oost, waar enige jaren terug het ontwerp van de Mac-1-A, een zeer geavanceerde robot, had geleid tot een explosie van kundige en waardevolle robots. 

Hoe dan ook, de tweede familiewoning, mijn thuis dus, betrof een parel van een defensief ingestelde woning uit de stijl van Vercon. Uiteraard is bij defensief ingestelde woningen het ondergrondse gedeelte van groots belang, maar in dit geval had de bovenwereld zeker zijn charmes behouden en met name de tuin was een plaatje. Een schilderij van Monet zou hier qua geboorte goed op zijn plaats zijn geweest, bereken ik, omdat een grote kleurrijke vijver met waterlelies en fonteinkruid, het schakelpunt betrof tussen een aangenaam zitgedeelte en een uitgestrekt gebied wat vol stond met stokoude olijfbomen en andere vruchtdragende bomen en struiken. Natuurlijk was een gedeelte van de tuin ook kunstmatig opgezet, maar dat bedierf de sfeer nauwelijks, omdat de vijver als zuiver en volledige organisch element was gefabriceerd door de natuur jarenlang haar gang te laten gaan. Mijn meester zat uiteraard op de veranda, een platform van eenvoudig Taxus-hout omringd door T-aanslag-vrij ferroide-glas op een luchtige kabel-stoel met masserende functies. Niet dat mijn baas oud of gebrekkig was, nee, in tegendeel, maar iedereen wist inmiddels dat de stimulering van meridiaan lijnen vlak onder de huid, de energie en mentale toestand ten goede kwam. Een aangenaam briesje maakte dat zijn stijlvolle katoenen broek een beetje fladderde. De Serro-katoenen blouse daarentegen kreukte in het geheel niet, iets wat hij als een vanzelfsprekendheid achtte, omdat een heer nu eenmaal boven de riem er ongekreukt uit moest zien, volgens zijn eigen woorden. Om het geheel af te maken. Mijn meester droeg een zonnebril van het merk Kristen en een Lipodo Palermo strohoed, die hij onlangs nog in Milaan had gekocht. Maar laat ik verder vertellen. 

De veranda maakte deel uit van de achterzijde van de woning en was net zo breed als het huis zelf, zo'n twintig meter. Het is te begrijpen dat mijn baas niet de enige bewoner kon zijn van een dergelijk groot huis en zodoende stond de veranda redelijk vol met heet water-tubes, koud water baden, hoge energie lucht-douches en uiteraard meerdere zit en lig-elementen. De woning zelf kon worden betreden door een I-sluisdeur, die uiteraard alleen door gezicht- of bacteriën-herkenning was te betreden. De I-sluisdeur, een ronde in dit geval gemaakt van snaardunne divocinide-stralen opende en sloot automatisch, iets wat als een normaliteit kon worden beschouwd bij een defensief ingestelde woning. De "deur" siste bij mijn entree en ik begaf mij naar het voedingscentrum, een redelijk grote ruimte vol licht waar al het eten en drinken werd bereid door twee simpele dienst-robots. Tegenover deze ruimte lag de huiskamer, een sfeervol ingericht geheel van planten en binnenmuren. De planten, meestal langzaam groeiende mossen of klimplanten zorgden samen met de muren voor de indeling en de verdeling. In verschillende hoekjes stonden zachte zitelementen, die allemaal in de kijkrichting naar de centrale haard waren geplaatst. Daar in het midden stond de bron van het huis, een pilaar van grond tot plafond, een warmtebron, die zorg droeg voor sfeer warmte en natuurlijk zelfstandige energie voor de beveiliging. Sir Rumpfeld verbleef er graag maar met deze weersomstandigheid, een slordige 32 graden, vond hij de veranda prettiger. Over het plafond gesproken. Boven het plafond had men een laag van striksel-menging aangebracht, wat weer genoeg was om een stevig drone-bombardement te weerstaan, mocht de buitenste schil van de V-aera worden doorbroken, iets wat bijna als onmogelijk werd geacht. Om enig inzicht te geven van de stijl waarin mijn meester graag leefde, kan ik toevoegen dat enkele schilderijen van William Turner de muren sierden. Vooral "Lake Lucerne" uit 1841, een zwoel samenspel tussen de kleuren rood, geel en blauw, had een centrale plaats gekregen vlak bij de bron van het huis, samen met een eenmalig geproduceerde Indische sloophoutkast uit Kerala. 

Maar het belangrijkste van de woning betrof uiteraard datgene wat onder de grond was verstopt. 

Over het ondergrondse gedeelte wil ik echter niets mededelen. Het is immers volstrekt onduidelijk of mijn gegevens binnen afzienbare tijd terug kunnen reizen in de tijd nu de eerste proeven in Geneve, bij het CERN-instituut daarmee lijken te zijn geslaagd. Een vroegtijdige onthulling van de geheimen daaronder het huis, zou de veiligheid van mijn meester zeker in gevaar kunnen brengen. De lezers van mijn dagboek moeten het dus stellen met de volgende kenmerken; diep, een waar doolhof en uiterst gevaarlijk voor onbekenden. 

Mijn "thuis" stond gesitueerd in een niet nader te noemen buitenwijk van Bombay, India, het land wat inmiddels (in 2840) alweer door het Britse rijk op een gemakkelijke wijze werd ingelijfd vanwege de onthutsende verliezen van mensenlevens destijds op dit continent vlak na de laatste wateroorlog. Het was een buitenkansje voor de Britten om hun hoogmoedige imago weer op te poetsen en al snel kwamen de eerste kolonisten aan en mijn meester kon natuurlijk niet achterblijven. Ik wil niet melden dat de aloude situatie van rond het jaar 1800 in India weer "in ere" werd hersteld, maar veel verschillen zijn er niet, behalve dat de luxe van het Britse Koloniale leven nu niet over mensenlevens gaat, maar over de metalen ruggen van dienst-robots. 

Voor ik verder ga - nog een belangrijk dingetje. Door mijn systemen wordt alleen gerekend. Denken zoals de mens is iets waarvan ik geen kennis heb. Het is precies hetzelfde als dat een blinde niets over kleuren kan vertellen. Alles wat een actie vereist, wordt zodoende eerst berekend. Daarna worden de verschillende opties (meestal 4 of 5) geanalyseerd, wederom door een berekening te maken en de optie met de hoogste kans om te slagen wordt dan uitgevoerd. Er zijn natuurlijk door mij ook woordelijke beslissingen te nemen. Ook die worden verstrekt door een berekening en wel door zowel het geheugen, de woordenboeken als de openbare bronnen raad te plegen. Hier moet ik iets meer over vertellen. Mijn geheugen bestaat uit 320 GG-bit en de omvang van data is te vergelijken met alle gebeurtenissen op Aarde binnen één jaar. Alles dus, dus ook de geschiedenis van elke mens of dier, de oorzaken en de gevolgen, de veranderingen en de woorden die zijn gesproken. Veel dus en eerlijk gezegd kan de mens daar nooit aan tippen. Mijn geheugen bevat ook een collectie van zinnen welke zijn beschreven in een slordige 12 miljoen boeken van formaat. Zowel kinderlijke boeken als literatuur en Science Fiction. Met andere woorden, mijn systemen kunnen dan wel niet denken, maar ik meen dat ik daarmee niet achterblijf bij welke mens dan ook. Er is uiteraard wel een verschil tussen de denkende mens en de dienende robot. Robots klagen niet, dat ten eerste. De robot-wetten hebben vastgelegd dat de robot een opdracht van zijn of haar meester moet worden uitgevoerd. Over de wetten zal ik later vast nog verklaren. De robot raakt ook niet vermoeid en is nimmer ziek. Natuurlijk wordt er wel eens gerust, maar dat is louter om de systemen te controleren en ook soms om ze bij te werken. De ontwikkelingen in de wereld gaan namelijk gewoon door. Vandaar ook dat elke robot is aangesloten bij het digi-centrum van Boston Robotics. Als een robot een tijd niets doet, dan wordt deze toch van afstand bijgehouden en zal na een periode automatisch enkele opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld het even linksom draaien van de olie of een paar gewrichtsoefeningen doen. Hoe dan ook, de robot staat altijd klaar voor de mens. 

Voorlopig genoeg over het huis, mijn meester en mij zelf. We keren weer terug naar de thee. 

De thee mag ik niet bereiden zonder dat mijn meester toekijkt. Daarom gebeurt de korte ceremonie op de veranda. Voor de duidelijkheid, het betreft geen Japanse theeceremonie hoor. Daar heeft mijn meester geen tijd voor, maar een gewone Britse traditie. Op de achtergrond laat ik meestal vanuit mijn spreekgedeelte een muziekstuk van Ralph Vaughan Williams horen, omdat die nog steeds als Engelands beste componist wordt beschouwd en door mijn meester uitermate wordt gerespecteerd. Het theewater, getapt uit de diepe bron onder het huis maak ik warm door mijn wijsvinger van mijn rechtergrijp-tentakel in een koperen pot te stoppen. Natuurlijk heb ik die eerst gewassen, beste lezers. Een robot is niet gek, he. Eenmaal warm, het water heeft exact 4 minuten gekookt, schenk ik de pot leeg in een porseleinen theepot van Britse makelij wel de harde versie van de Stoke-fabrieken. Hierna voeg ik de thee toe. Darjeeling-first is de eerste theepluk van de streek nabij de Himalaya en deze versie vindt mijn meester het lekkerste vooral op de temperatuur van 54 graden Celsius. Zoals gevraagd voegde ik een scheutje geitenmelk toe en begon ik linksom te roeren met een rietje van bamboe. 

Het was exact op dit moment dat mijn meester mij aansprak en wel voor iets heel ongebruikelijks.                  


wordt vervolgd op 1A. 

E-mailen
Map
Info